Uiteindelijk is (groot)ouderschap geen genetisch gegeven, maar een rol die je op je neemt. Dat was tenminste één gedachte die bij mij opkwam bij het zien van de film “Des preuves d’amour”. De kern van de film is wel veel maatschappijkritischer. Als in Frankrijk in 2014 binnen een huwelijk tussen een man en een vrouw een kind werd geboren, kreeg de man direct vaderschapsrechten. Bij een huwelijk tussen twee vrouwen had alleen de vrouw die het kind droeg de ouderschapsrechten. Haar partner moest een duur en vernederend traject doorlopen waarin vijftien getuigenissen moesten bewijzen dat zij een geschikte moeder was. Naast die kern raakte de film mij doordat hij op meerdere momenten de vraag stelt wat ouderschap eigenlijk inhoudt.

De rol van opa of pappa krijg je niet zomaar door een streepjescode te scannen.
(Beeld van Wat zegt Jan bij beeld uit de tentoonstelling in de Kunsthal: Flowers Forever met werk van Andreas Gursky Untitled XXI / bewerking Wat zegt Jan)
In een hilarische scène in de film wordt ook duidelijk gemaakt dat genetica er bij ouderschap zeker toe doet. Een verpleegkundige in het ziekenhuis doet een intake voor de bevalling die daar later zal plaatsvinden. Hij is niet gewend om dit met twee moeders te doen waarvan er slechts één genetisch verbonden zal zijn met het kind. Hij werkt routinematig zijn vragenlijstje af om te ontdekken of er risicofactoren zijn, dus hij vraagt naar de medische voorgeschiedenis. Het wordt op dat moment pijnlijk duidelijk dat de niet-zwangere moeder er in dit geval niet toe doet. Haar genen zullen nimmer direct het kind of de zwangerschap beïnvloeden. De zwangere moeder piest in haar broek van het lachen om de onzinnige vragen, terwijl de ander daar een beetje zielenpijn van heeft.
Het is waardevol om beide gevoelens tegelijk te laten bestaan. Vaak heb je humor nodig om met verdrietige of pijnlijke situaties om te gaan: humor brengt licht in donkere tijden. Tegelijkertijd is het belangrijk om moeilijke gevoelens te erkennen en liefdevol toe te laten. In dit geval kan ik mij goed voorstellen dat je blij bent met de zwangerschap, maar ook verdriet voelt omdat het kind niet op jou zal lijken. Rationeel valt daarmee te leven, maar dat voorkomt niet altijd een kleine, pijnlijke steek van gemis. Het kan, mag en misschien moet het er allebei zijn.
Gelukkig blijkt aan het eind van de film dat het absurde juridische onderscheid in 2021 is verdwenen. Vandaag zou de film daar dus geen aandacht meer aan hoeven besteden, waardoor de andere vraag meer ruimte krijgt: wat maakt iemand eigenlijk tot mamma, pappa, opa of oma, en hoe word je daar een goede versie van? Een deel van het antwoord krijgen we tijdens een rondleiding in het ziekenhuis voor aanstaande ouders. In een lege bevalkamer gaat één van de aanstaande vaders plotseling onderuit. Daarmee wordt hij stereotypisch neergezet als de man die bij een bevalling alleen hoeft toe te kijken, het zware werk niet zelf hoeft te doorstaan en zelfs de gedachte eraan nauwelijks aankan. De niet-zwangere moeder voelt zich met hem verbonden.
Ondanks haar andere positie zijn er duidelijke overeenkomsten. Wanneer zij met de bijgekomen man praat, blijkt dat hij zich machteloos voelt en zich afvraagt wat hij kan doen om straks een goede partner en vader te zijn. Diezelfde vertwijfeling heeft ook de hoofdpersoon al te pakken. Is het makkelijker om je ouder te voelen als het kind uit je eigen lichaam is voortgekomen? Voel je dan vanzelf wat juist is, of weet je dan automatisch wat je moet doen? Volgens mij weten zowel de man als de niet-zwangere moeder dat er genoeg biologische moeders zijn zonder moederinstinct, of erger nog: moeders die hun kinderen iets vreselijks aandoen. Rationeel is eenvoudig in te zien dat ouder worden veel meer is dan een kind baren. Toch begrijp ik die twijfel goed. Misschien helpt juist het nadenken over wat een goede ouder maakt om je beter in je toekomstige rol te verplaatsen. Misschien is dat precies een onderdeel van een betere versie van jezelf als ouder worden.
En dan nu een moment uit de film dat dichterbij mijzelf komt, omdat ik inmiddels een generatie ben opgeschoven en mijzelf opa mag noemen. Tijdens een lunch blijkt dat de vader van de zwangere vrouw de situatie prima kan bevatten: hij ziet zijn genetische code gewoon worden voortgezet en vindt het misschien juist daarom helemaal oké. Haar moeder, de aanstaande oma, heeft er meer moeite mee. Ik weet niet goed wat zij precies lastig vindt. Komt het doordat er een donor is gebruikt, of vindt ze het toch moeilijk dat haar dochter geen “gewone” heterorelatie heeft? Misschien botsen haar verwachtingen simpelweg met het toekomstbeeld dat zij voor haar dochter had. Vanuit dat perspectief begrijp ik de houding van de aanstaande opa beter. Voor hem verandert er eigenlijk weinig aan de manier waarop hij opa wordt: donor of geen donor, hetero of homo, zijn DNA wordt via zijn dochter voortgezet. Daarmee is zijn behoefte aan een genetische lijn vervuld. Maar misschien maak ik het daarmee te simpel.
Misschien wordt de houding van de aanstaande oma bepaald doordat er nog een dochter is die al twee jaar zonder succes probeert zwanger te worden. Misschien is dat de pijn die zij voelt. De aanstaande tante is ook bij de lunch aanwezig en zegt dan dat de twee moeders het maar makkelijk hebben, omdat zij niet op de natuurlijke manier zwanger hoeven te worden. Door de juridische hindernissen was het natuurlijk helemaal niet makkelijk om voor beide moeders ouder te worden. Bovendien is onze maatschappij lang niet altijd even tolerant tegenover relaties of ouders van hetzelfde geslacht. Dus hoezo makkelijk?
Deze verschillende vormen van pijn bij de dochters maken de vraag naar ouderschap extra scherp. Kunnen alleen een man en vrouw samen ouders zijn? En ben je pas echt ouder als het kind genetisch van jullie allebei is? Volgens mij heeft de geschiedenis op beide vragen allang nee gezegd. Toch heeft niet iedereen in de praktijk gezien dat andere gezinsvormen net zo goed kunnen werken. Daardoor blijven sommige mensen misschien hangen in oude, conservatieve beelden en verwachtingen.
Ikzelf leef ook in een stabiele heterorelatie, waaruit toevallig op natuurlijke wijze twee prachtige zonen zijn voortgekomen. Maar in ons netwerk hebben we vaak genoeg gezien dat de liefde en het krijgen van kinderen ook anders kunnen lopen. In veel van die andere situaties zag ik mooie relaties en goede ouders. Voldoen aan verwachtingen en maatschappelijke standaarden blijkt bovendien geen garantie voor succes. Kijk maar naar het aantal scheidingen, femicide en gevallen van kindermisbruik of mishandeling. Rationeel zullen de meeste mensen dat wel kunnen inzien, maar onderbuikgevoelens zorgen ervoor dat zij niet altijd goed op alternatieven reageren.
Hoewel het vaak verstandig is om je niet door onderbuikgevoelens te laten leiden, moet je ze wel herkennen en serieus nemen. Ik herken de behoefte om vader te worden van een genetisch eigen kind. Waarschijnlijk is dat een evolutionaire oerdrift. Ik vermoed dat dit voor veel mensen geldt, al betekent dat niet dat er maar één weg naar ouderschap is. Zeker wanneer er hindernissen zijn om aan die behoefte te voldoen, moet je zoeken naar een alternatief waarmee je zo gelukkig mogelijk kunt worden. Dat is opnieuw makkelijker gezegd dan gedaan.
Die behoefte aan genetische voortzetting zien we in de film terug bij de andere aanstaande oma: de moeder van de niet-zwangere vrouw. Verschillende momenten tussen moeder en dochter leveren zowel mij als kijker en als de dochter, de aanstaande niet-biologische moeder, mooie inzichten op. De aanstaande oma reageert geprikkeld op de situatie en stelt schijnbaar rationele vragen. Waarom is haar dochter, als jongste van de twee vrouwen, niet zelf zwanger geworden? Dat zou de kans op een gezonder kind vergroten. Al snel wordt duidelijk dat deze aanstaande oma geen erg aanwezige ouder is geweest en dat haar dochter, misschien juist daardoor, geen hechte band met haar ervaart.
Hier komen we voor mij bij de kern van wat je tot ouder maakt. Allereerst moet je fysiek aanwezig zijn om die rol überhaupt te kunnen innemen. Daarna moet je praktisch voor je kind zorgen en ook emotioneel beschikbaar zijn. Alle drie ontbraken in de relatie tussen moeder en dochter. Kun je jezelf dan nog moeder noemen, of is het baren van een kind daarvoor echt genoeg?
Na het lezen van dit blog zal het je niet verbazen dat ik denk dat het baren van een kind of het doorgeven van je genetische code niet genoeg is om jezelf met recht moeder of vader te noemen. Ook opa word ik niet alleen doordat er een DNA-band is tussen mij en mijn kleinkind. Ook ik zal fysiek aanwezig moeten zijn, op een of andere manier voor mijn kleinkind moeten zorgen en hopelijk een wederzijdse gevoelsmatige band met haar moeten opbouwen. Mijn DNA kan misschien een makkelijke start zijn voor die verbinding, maar pas als we er allemaal tijd en energie in steken, wordt het een echte relatie. Zo makkelijk is het dus niet, schrijf ik gekscherend; voor mij voelt opa zijn gelukkig vooral heel natuurlijk en fijn. Hoe dan ook.
🌈
Ik ben Jan Monster, de blogger van Wat zegt Jan.
Je kunt hier contact met me opnemen.
Wil jij dagelijks citaten uit mijn blogs zien of geen blog missen,
volg dan de Wat zegt Jan-pagina’s op
Bluesky, Facebook, Instagram, LinkedIn, Threads, WordPress.com en X.
of op letterboxd voor inspirerende filmtips.



























