Alles wat ik met aandacht in mildheid, liefdevolle vriendelijkheid en dankbaarheid doe vergroot mijn geluksgevoel. Dit wist ik al maar doordat ik door een moment van onoplettendheid viel en mijn hand brak werd ik eraan herinnerd dat hoe vaak ik dit ook zeg of schrijf ik keer op keer mag blijven oefenen met leven in aandacht. Misschien geldt dit nog wel meer sinds mijn hersenletsel.
Alleen met mijn volledige aandacht kan ik bewust de juiste stappen zetten in mijn leven(Beeld Wat zegt Jan)
Ik schrijf mijn blogs vanuit mijn hart. Ze borrelen op en als ik eenmaal begin te schrijven stromen de woorden als vanzelf uit mijn toetsenbord. Vaak heb ik daarvoor al wel ideeën in mijn hoofd over wat ik wil vertellen, maar wat er uiteindelijk uit mijn laptop rolt is ook voor mij een verrassing. Ook ben ik soms verrast dat mijn woorden meer waarheid bevatten dan ik zelf bedoelde. Bij het laatste blog gebeurde dit weer. Ik moest jullie zo nodig vertellen hoe het is om met NAH te leven en typte in dat blog de simpele zin: “Ik moet met volle aandacht lopen.” De dag nadat ik mijn blog publiceerde kwam ik er tijdens mijn ochtendwandeling achter hoe waar die woorden zijn.
Laat ik een beeld schetsen. Het was maandagochtend rond zessen. Ik had mij gedoucht en aangekleed, waarna ik mijn ochtend-meditatie deed. Ik was er klaar voor om te gaan lopen. Nog even een blik op de buienradar en mijn oortjes ingedaan zodat ik naar de “Discover Weekly”- playlist op Spotify kon luisteren tijdens het lopen. Op mijn smart watch startte ik een wandel work-out. Ik wilde mijn voet verzetten maar die bleef “plakken”. Dat doet die wel vaker. Op zo’n moment heb ik dan net te weinig aandacht en hoop ik dat mijn linkervoet vanzelf wel mee gaat bewegen, maar dat doet die niet altijd. Meestal weigert die alleen aan het eind van de dag als ik moe ben, maar nu dus terwijl ik nog vol energie was. Niet getreurd, ik werd nog wakkerder geschud door deze weigering en kon aan de korte wandeling beginnen. Ik plande een niet al te lang rondje omdat ik later die ochtend nog naar de bioscoop wilde gaan en daar nog energie voor over wilde hebben. Tijdens de eerste stappen merkte ik op dat het vroor en dat de gevoelstemperatuur inderdaad, zoals de app had gezegd, min vijf graden was. Gelukkig leek het niet glad. Het viel mij wel op dat mijn schoen niet heel strak zat. Ik controleerde dus nog even of de rits goed dicht zat en of deze ook om mijn aangedane en ongevoelige voet goed aansloot zodat ik mijn weg veilig kon vervolgen. Dat deden ze allebei en er was dus geen vuiltje aan de lucht. Ik was er nu echt klaar voor. Lopen maar!
In de volgende meters begon ik mijn ritme te vinden. Ik moest een drukke weg oversteken en aan de overkant aangekomen kwam ik erachter dat ik niet goed had opgelet. Ik constateerde dat en ik bracht mijn aandacht weer terug naar het lopen. Mijn aandacht was helaas na honderden meters verder alweer verslapt. Mijn gedachten gingen alle kanten op en net toen ik dat weer opmerkte en mijn aandacht naar het lopen terug wilde brengen, voelde ik mijzelf gaan vallen. Ik viel recht voorover op mijn gezicht. Plat op mijn bek zoals we in Rotterdam dan zeggen.
Mijn slimme horloge begon onmiddellijk waarschuwingssignalen af te geven. Ik keek ernaar en deze vertoonde de volgende zin: “Het lijkt erop dat je flink gevallen bent. Zal ik de hulpdiensten alarmeren?“ Ik drukte op de knop dat dat niet nodig was. Ik stond op en ging mijzelf op beschadigingen controleren, net als ik had geleerd bij de val-training in het revalidatiecentrum. Ik zette de camera van mijn telefoon aan omdat ik voelde dat ik een dikke lip had, maar gelukkig kon ik zien dat er niets aan mijn gezicht of bril mankeerde. Ook mijn knieën leken heel en mijn rechterhand was gevoelig maar was nog heel en ik kon hem helemaal goed bewegen. Niets aan de hand dus. Ik kon gewoon verder lopen. Toch?
Ik besteedde geen speciale aandacht aan mijn linker ongevoelige kant en vervolgde mijn pad. Toen ik iets verderop een zebrapad overstak en mijn linkerhand opstak om een stoppende automobilist te bedanken dacht ik iets aan die hand te zien. Ik ging onder een lantarenpaal staan en inspecteerde mijn hand nu met aandacht. Ik zag dat er op verschillende plekken bloed uitkwam. Oeps. Tijd om zo snel mogelijk naar huis te gaan. Met mijn rechterhand hield ik mijn andere hand omhoog en kwam alweer snel thuis. Ik waste het bloed van mijn hand om zo in het volle licht de schade nog beter op te nemen. Bij het wassen merkte ik dat ik mijn vingers niet in elkaar kon steken en ook dat ik niet alle vingers van mijn linkerhand kon buigen. Mijn hand was bovendien flink dik en mijn pink en ringvinger stonden raar. Ik wist eigenlijk wel dat het mis was en ging mijn vrouw wakker maken om haar ook naar mijn hand te laten kijken, hopende dat zij dacht dat ik mij aanstelde.
Helaas. Zij zei dat we naar het ziekenhuis moesten en ook daar namen ze het onmiddellijk serieus en na wat onderzoeken kwam het oordeel dat ik twee middenhandsbeentjes had gebroken. Ik kreeg er kalkgips omheen en alleen mijn duim bleef vrij. Ik moest mijn hand “hoog en droog” houden en over tien dagen voor controle terugkomen. Nog een beetje bibberig gingen we naar huis en begon ik na te denken over wat er nou eigenlijk gebeurd was.
Inmiddels ben ik meer dan vier weken verder en ik weet het nog steeds niet. Waarom viel ik? Ik denk niet dat ik gestruikeld ben. Ik denk niet dat ik mij verzwikt hebt, maar wat dan wel? Het stomme is natuurlijk dat mijn linkerkant ongevoelig is en dat ik daar geen betrouwbare informatie van krijg. De artsen noemden het gewoonweg pech, een fysio noemde het een logisch gevolg van mijn NAH en ikzelf vermoedde dat het lag aan een gebrek aan aandacht bij mijn linkervoet tijdens het wandelen.
Ik dacht immers vlak voordat ik viel dat ik beter moest opletten. Ik moest beter naar oneffenheden op de stoep kijken en ik moest bewust mijn voet recht neerzetten. Als ik nou maar met volle aandacht had gelopen dan was dit mij niet overkomen. Hierover pratend moest ik toegeven dat dit waarschijnlijk onzin was. Natuurlijk zou aandacht mij geholpen kunnen hebben om dit te voorkomen, maar die meer dan zevenduizend stappen die ik elke dag al bijna drie jaar lang zet zijn echt niet allemaal met volle aandacht geweest en toch val ik niet steeds. Dus misschien moet ik toegeven dat mijn behandelaars gelijk hebben en is het gewoon pech geweest die hoort bij mijn hersenletsel. Dat kan zo maar de waarheid zijn. Alleen betekent dat dan ook dat ik aan wat er gebeurd was weinig tot niets kan doen om het in de toekomst te voorkomen en heb ik dus geen controle over deze realiteit. Het verlies van controle doet wellicht nog meer pijn dan de echte pijn van de breuk in mijn hand.
Een ding is zeker en dat is dat ik nog veel te oefenen heb voor wat betreft leven in aandacht. Ik ben echt vaak niet met mijn aandacht bij wat ik doe en dat terwijl ik vijf jaar geleden al schreef dat ik minder dingen gedachteloos wilde doen. Dat lukt mij ook echt beter dan toen. Toch heeft mij het leven met mijn hand in het gips ook weer laten zien dat ik niet echt goed doorheb wat ik allemaal doe. Ik schreef al vaker dat mijn linkerhand bijna niets meer doet of kan sinds mijn NAH. Ook heb ik het gevoel dat ik redelijk weinig activiteiten heb zo op een dag. Nu merkte ik weer dat ik toch eigenlijk best actief ben, zowel in het algemeen als met mijn linkerhand in het bijzonder.
Ik kon nu met mijn hand in het gips echt niets. Lego was ondoenlijk. Mijn lunch of ontbijt klaarmaken was heel lastig en ook mijzelf verzorgen en aankleden was een hele toer. Doordat ik behoorlijke pijn had en doordat het zware gips mijn evenwicht verstoorde kwam ik bijna het huis niet uit. Geen lekkere wandelingen. Geen fysio oefensessies. Geen films in de bioscoop. Geen afspraken met andere mensen. Maar ook binnenshuis was er minder mogelijk. Geen milde yoga. Geen meditatie zittend op de grond. Geen legosteentjes op elkaar klikken. Kortom ik kon best wel veel niet.
Ik schrijf elke dag op waar ik dankbaar voor ben. Dankbaarheid helpt met het gevoel van een mooier leven en het draagt eraan bij dat ik milder ben naar mijzelf en anderen. Ook helpt het met in het moment leven. Door elke dag achteraf te constateren waar ik blij mee ben, word ik mij in het nu steeds bewuster van dat ik ook al blij kan en mag zijn met wat ik op dat moment aan het doen ben. Hierdoor versterk ik bij mijzelf het gevoel van dankbaarheid, blijheid en positivisme.
Dat gezegd hebbende heeft mijn gips-tijd mij weer laten zien dat ik mij van veel mooie dingen nog bewuster mag zijn. Ik kan echt veel meer dan ik denk. Ik focus mijzelf blijkbaar nog best vaak op mijn frustraties over wat ik niet kan in plaats van blij te zijn over wat ik wel kan en doe. Laat ik heel eerlijk zijn. Ik moet hierover niet te kritisch zijn op mijzelf. Ik doe het best wel oké. Ik ben meestal dankbaar, blij en positief. Ik doe de meeste dingen wel met aandacht en toch merk ik, nu er dingen zijn weggevallen, pas op wat ik normaal als vanzelfsprekend aanneem.
Dus ook al zou ik met meer aandacht het vallen en de breuk in mijn hand niet hebben kunnen voorkomen, toch kan ik wel nog steeds blijven oefenen met aandacht. Aandacht om te zijn met wat ik aan het doen ben of gewoon om te zijn-met-wat-is. Geen pijn hebben is zo vanzelfsprekend dat ik bijna geen enkele dag opschrijf dat ik dankbaar ben voor het feit dat ik geen pijn heb. Nu ben ik weer met mijn neus op de feiten gedrukt. Afwezigheid van pijn en dingen kunnen doen zijn echt niet vanzelfsprekend. Het is een wonder dat ik leef. Het is een wonder wat ik allemaal kan en al helemaal dat ik het kan met mijn beperkingen.
Door dingen met aandacht te doen gaan ze beter. Door dingen met volle aandacht te doen ga ik op in het moment en voel ik mij gelukkig. Als ik wat ik doe ook nog eens met mildheid, liefdevolle vriendelijkheid en dankbaarheid aanschouw dan zet ik alle seinen op groen voor de kans op een geluksgevoel. Ja ik wist al heel wat langer dat ik gelukkig word van leven met aandacht, maar het is op zo’n donker moment van ongeluk dat het pijnlijk duidelijk wordt dat het leven een oefening is en blijft om met volle aandacht te zijn met wat is. Ik word er gelukkiger en daarmee gezonder van. Laat ik proberen om niet dit soort confrontaties nodig te hebben om gewoonweg blij te zijn met de kleine dingen en met het leven dat ik heb. Er zijn namelijk niet veel van dit soort negatieve momenten in mijn leven. Gelukkig maar!
eigen vertaling uit Peace Is This Moment
Ik ben Jan Monster, de blogger van Wat zegt Jan.
Je kunt hier contact met me opnemen.
Wil jij dagelijks citaten uit mijn blogs zien of geen blog missen, volg dan de Wat zegt Jan-pagina’s op Bluesky, Facebook, Instagram, LinkedIn, Threads, WordPress.com en X.






Pingback: Denk aan jouw houding | Wat zegt Jan