Je bent wat je te doen hebt

Ik ben vandaag ontslagen, maar zo lang ik doe wat ik te doen heb in het leven voel ik mij best gelukkig met wie ik ben. Door te doen wat ik te doen heb val ik samen “met-wat-is” en lijkt mijn ego op te lossen. Het was een uitdagend (rouw)proces om tot dit besef te komen. Het was een jarenlange ontdekkingsreis van eerlijk kijken naar mijzelf en de dieperliggende lagen achter mijn doen en laten en van luisteren naar hoe anderen mij zagen zonder mijzelf te verliezen in wat zij van mij dachten. Zo aan de start van de zomer hoop ik je in dit blog mee te kunnen nemen naar hoe ik met mijn zoektocht tot dit inzicht ben gekomen en wie weet dat jij geïnspireerd raakt om zelf ook een antwoord te vinden op de vraag wie je bent en wat je te doen hebt.

Je bent wat je te doen hebt Als ik doe wat ik te doen heb in het leven kan ik gelukkig zijn met wie ik ben. (Beeld van Wat zegt Jan)

Sinds 1 juni ben ik dus uit dienst bij Robeco waar ik meer dan tweeëndertig jaar werkte. Toen ik van de week alvast mijn laptop, telefoon en keycard ging inleveren deed dat veel meer met mij dan ik van tevoren had gedacht. Het raakte mij diep. Ik ben verdrietig en ik rouw, maar gek genoeg mis ik mijn werk niet. Dat ik rouw maar toch mijn werk niet mis is misschien allebei niet zo gek. Ik werk al twee jaar niet meer door mijn letsel waardoor ik volgens de wet ontslagen mag worden. Door al 104 weken niet te werken ben ik er inmiddels aan gewend dat werken niet meer tot mijn dagelijkse routine behoort. Gelukkig was ik er eerder in dit hele (rouw)proces al achter gekomen dat mijn werk niet de basis is van wie ik ben en dat ik met het verlies van mijn werk dus niet verloren ben gegaan. Toch vind ik het verrassend hoe dit werkt, want als ik best gelukkig ben door te “zijn-met-wat-is” en als dat alleen maar lukt door (dingen) te doen, hoe kan het dan dat als ik niets meer doe qua werk, ik toch gelukkig ben? Hoe hangen doen en mijzelf zijn samen en wat voor les zou ik hieruit kunnen trekken?

Als mijn verlangen naar zelfstandigheid niet wordt vervuld volgen tranen van verdrietMaar eerst nog even over mijn verdriet. Mijn verdriet ligt niet zozeer in het feit dat ik niet meer kan werken, maar in het feit dat mijn lichaam mij niet meer toestaat om alles te kunnen. Door het gemis van een goed functionerende linkerarm en -hand moest ik van de week weer huilen omdat ik niet verder kwam met mijn nieuwste Lego bouwwerk. Ik heb al bouwsels van vierduizend steentjes in elkaar geklikt, maar deze drieduizend steentjes, die samen de USS Enterprise NCC-1701 zouden moeten worden, lukt mij niet. Ik moet namelijk met zo’n vijfhonderd stukjes het schotel-deel maken, waarbij ik zowel van onderaf als van bovenaf subtiele druk moet zetten en tegelijkertijd fijne motorische vingerbewegingen uitvoeren. Tot nu toe heb ik de handelingen altijd zo weten op te bouwen dat ik om mijn beperkingen heen kon werken, maar nu kan ik het zelfs niet oplossen door even een klein beetje hulp te vragen. Althans ik vind 500 steentjes door een ander laten doen niet “een beetje” of “even”. Ik moet om dit project af te maken echt serieuze hulp hebben die meer dan tien minuten in beslag neemt. Ik moet voor 20% van deze set het bouwen aan iemand anders gaan overlaten en dat verlies van zelfstandigheid is confronterend en maakt mij tot tranen toe verdrietig.

Vind uit van welke dingen jij blij wordt en ga ze doenTerwijl ik nu zit te schrijven aan dit blog staat mijn bron van verdriet links naast mijn beeldscherm (zie foto) alsof het mij eraan moet herinneren dat er nog steeds harde grenzen zijn in mijn dagelijkse realiteit die mij pijn doen. Wat ik nu ook voor moois ga schrijven er verandert niets aan “wat-is”. Laat ik eerlijk zijn. Er zijn legio obstakels door mijn fysieke beperkingen, door mijn verminderde energie en misschien nog wel het meest door mijn verstoorde mentale flexibiliteit. Wat maakt dat ik dan toch keer op keer jullie in mijn blogs kan vertellen dat mijn leven zo rot niet is? Het eerste deel van het antwoord is niet verrassend voor iedereen die mijn eerdere blogs las. Ik moet met mijn volle aandacht in het hier nu leven en dingen dus mindful doen. Als ik dat doe ligt het geluk voor het oprapen. Ik ben er verder van overtuigd dat bepaalde dingen mij gelukkiger maken dan andere activiteiten. De vraag is dan hoe ik kan weten wat mij blijer maakt en wat dat minder doet of wat zelfs een tegengesteld effect heeft.

Ook al vind je het antwoord niet, de zoektocht zelf kan je al voldoende opleverenVoor mij zit het antwoord erin dat ik gelukkig word door de dingen te doen die passen bij wie ik ben. Voor mij is het verband tussen zijn en doen simpel. Als je weet wie je bent en je leeft daarmee in lijn, dan is geluk heel makkelijk te vinden. Deze overtuiging had ik al jaren en als ik mensen coachte was het mijn doel om hen te helpen met formuleren wie ze waren. Vaak bleek dat als het mensen lukte om voor zichzelf te verwoorden wie ze waren, veel van hun vragen en obstakels als vanzelf werden opgelost. Maar het was een grote uitdaging om bij het coachen mensen te laten uitvinden wie ze nou echt waren. Ook al is dat niet altijd gelukt, dan nog was dat op zich geen probleem want de zoektocht zelf leverde vaak voor hen al voldoende handvatten op om een volgende mooie stap in hun leven te kunnen zetten.

Alleen jij kan bepalen of je op het goede pad bent.Maar toch was ik vaker ontevreden dan de coachees omdat ik gefrustreerd was dat ik mijn doel niet had bereikt, namelijk om bij hen het binnenste naar buiten te brengen. Het mooie van die frustratie is dat het mij toont dat dit echt iets van mij is en niet van hen. Zij hadden hun eigen pad en alleen zij konden bepalen of dat wat gebeurde het goede was. Volgens mij is dit trouwens een mooi bruggetje naar wat voor mij het verband is tussen wie je bent en wat je doet, namelijk dat wat de Japanners je “Ikigai” noemen, yogi je “svadharma” en sommige antroposofen je “levensmissie”.

Ons ego zit ons vaker wel dan niet in de wegWat ik bij mijzelf en anderen heb bemerkt is dat het uitvinden en formuleren van wie je bent een lastige klus is. Ik las laatst dat ons ego ons daarbij in de weg zit. Ons ego probeert ons te beschermen tegen gedachten en emoties die ons een onveilig gevoel geven. We voelen ons namelijk onveilig als we denken dat we buiten de groep vallen omdat we vanuit de evolutie doorvoelen dat we de groep nodig hebben voor onze overleving. Hetzelfde geldt, denk ik, ook als we vermoeden dat we er niet toe doen. Om dit gevoel te vermijden zijn er allemaal mechanismen als zelfoverschatting en een interne spindoctor die ons beschermen tegen negatieve gevoelens over onszelf, maar die tegelijkertijd ons weghouden bij het onszelf echt leren kennen. Uit onderzoek blijkt dat dit eigenlijk voor iedereen zo is.

Je ziet de valkuil van de ander maar valt er ondertussen zelf inOm uit te vinden wie je bent moet je volgens het boek “Mijn ego heeft altijd gelijk” geen innerlijk zoektocht doen omdat je dan in allerlei ego-valkuilen valt. Het idee is dat je beter kunt kijken naar wat je doet en dat je zelfs nog beter aan anderen kan vragen wat zij zien dat je doet. Zij hebben immers in ieder geval geen last van jouw ego-defensiemechanismen. Wat je doet vertelt misschien wel het beste wie je bent. Ik kan me helemaal vinden in deze manier van het aanvliegen van de ontdekkingsreis naar ons diepste zelf. Ik denk dat er ook nog een stap voor zit, namelijk dat je leert begrijpen wat jouw voorkeursmanier is in het beschermen van jezelf. Als je die namelijk kent, dan hoef je niet te denken dat jouw beschermingswijze is wie je bent. Misschien moet ik dit uitleggen.

Negatieve boodschappen komen vaak het hardst binnenEr zijn vele manieren waarop wij onszelf en onze defensiemechanismen beter kunnen leren kennen. Ik vind de Transactionele Analyse (TA) een hele mooie. Laat ik het op mijn manier uitleggen. In onze kindertijd komen er allemaal (ouder)boodschappen op ons af. Die komen niet alleen van onze vader of moeder maar ook van de rest van onze familie, school en andere omgeving. Dit zijn niet per se bewuste opdrachten, geboden of instructies die mensen ons geven maar als kind kunnen wij ze wel onbewust zo ontvangen. Bovendien is er een verschil tussen wat mensen zeggen en hoe wij het opnemen. Zo kunnen twee mensen hetzelfde horen en er toch iets anders uit oppikken. Voorbeelden van dit soort boodschappen of wat ze binnen de TA “Injuncties” noemen zijn: “besta niet” (je bent niet gewenst), “wees geen kind” (gedraag je verantwoordelijk), “heb geen behoefte” (anderen gaan voor) en “voel niet” (geen emoties graag). Die laatste twee herken ik, maar volg vooral deze link en je ziet de hele lijst van zogenaamde “stoppers” die wordt onderscheiden en wie weet herken jij er voor jezelf ook een aantal.

Sta stil bij wat je ongemerkt in je jeugd hebt meegekregenAls ik voor mijzelf spreek zijn deze stoppers niet fijn, maar ze voelen toch alsof ze onderdeel van mijn DNA zijn. Op een gegeven moment dacht ik zelfs dat ik die negatieve boodschappen was. Hoewel dat voorbij is, vind ik het na al die jaren nog steeds lastig om gevoelens toe te staan en te zeggen waar ik behoefte aan heb. Bijzonder toch dat dit soort boodschappen zo diep zitten dat ik ze nog steeds bij me draag zelfs na al het “werk” dat ik heb verricht om ze onder ogen te komen en te verwerken. Je kunt je misschien voorstellen dat het belangrijk is om deze opdrachten te herkennen wil je echt kunnen ontdekken wie je bent.

Mijn voorkeursgedrag komt keer op keer tevoorschijn als ik iets ga doenDeze (negatieve) stoppers zijn vaak lastig om te zien omdat ze vaak ook pijnlijk zijn voor onszelf of omdat we onze ouders niet de schuld willen geven. Meestal hebben we een manier gevonden om de pijn van de stoppers niet te voelen en dat noemen ze in de TA “drivers”. Drivers zijn een manier voor ons om ons goed te voelen. Als ik bijvoorbeeld maar perfect, sterk of snel ben, dan is het goed, dan ben ik OK. Ik zie dat de meeste mensen hun driver of werkstijl wel kennen. Net als we soms denken dat onze “stopper” onze identiteit is, denken we dat ook van onze drijfveren. We denken vaak dat we onze driver zijn, want hoe vaak zegt iemand niet: “ik ben sterk ”of “ik ben een perfectionist” of “ik ben een pleaser” of “ik ben een streber”. Al deze drivers en stoppers zijn onbewust zo dominant in onszelf aanwezig dat we gaan denken dat dat is wie we zijn. In mijn beleving zijn onze drivers slechts manieren om te kunnen (over)leven en is het niet wie we ten diepste zijn. Om onszelf te leren kennen is het wel noodzakelijk om dit gedrag of gevoel bij onszelf te herkennen zodat we tegen onszelf kunnen zeggen: “daar ga ik weer met mijn oude gedrag of valkuil”.

Pel de niet relevante lagen af en vind jouw kernPel de niet relevante lagen af en vind jouw kern

Zoals gezegd zijn er andere zienswijzen dan TA om erachter te komen wat onze ”manier-van-zijn” is en wat onze valkuilen zijn. Hoe wij dit ook uitvinden het lijkt mij sowieso van belang dat we ons gedrag herkennen. Zodra we doorzien welke ruis we in onszelf hebben kunnen we op zoek gaan naar wie we ten diepste zijn. Wie ben je? Wat schijnt er van jouw diepste zelf, door al je rollen die je in het leven hebt, heen? Ook al hebben we allemaal veel verschillende rollen van bijvoorbeeld ouder, kind, collega, sporter of wat dan ook, iedereen vervult zo’n rol op zijn geheel eigen manier. De meest zichtbare laag van onszelf en hoe we onze rollen vervullen is onze “werkstijl”. Onder onze manier van doen zit nog een laag die wat mij betreft fundamenteel is, namelijk onze bestaansreden of wat we in het Frans onze “raison-d’être” noemen.

Luister naar jouw grootste criticasters, ze zouden zo maar eens wat zinnigs kunnen zeggenZoals wel vaker is er geen magische toverhoed die iemand zijn reden van bestaan kan vertellen. Ik heb het voor mijzelf uitgevonden door onder andere te luisteren naar negatieve feedback. Ik kreeg vaak twee dingen te horen. Ten eerste was ik (te) nieuwsgierig of ik dook (te) diep in bepaalde materie en ten tweede liet ik mijn kennis dan te veel blijken en was ik te breedsprakig, volgens de mensen die mij feedback gaven. Ik herkende wel wat die mensen zeiden maar ik zag het probleem niet. Het is toch normaal dat je diep kijkt en natuurlijk deel je dan tot in detail wat je hebt uitgevonden, want daar heeft iedereen wat aan. Toch?

Er zitten lessen in je gevoelens over wat je deedGelukkig hoef je volgens de regels van feedback alleen maar dank je wel te zeggen tegen de persoon die je iets teruggaf, maar je hoeft er niet per se wat mee te doen. Een grappig zinnetje vind ik daarbij altijd: “Je mag het cadeautje naast je neerleggen”. Zonder gelijk actie te ondernemen op de visie van anderen kan je misschien wel eens met die blik opnieuw naar je leven kijken. Wat vond ik leuk in het verleden en waar in mijn leven had ik het niet goed? Ga terug naar alle periodes en plekken in je leven zoals gezin, school, vereniging of werk. Wat deed je toen je het naar je zin had of wat deed je juist niet toen jij je niet blij voelde of andersom. Kijk opnieuw naar je leven met de blik of feedback van een ander. Wat voor lijnen en overeenkomsten zie je?

Ook al zie je de overeenkomsten niet gelijk er is iets wat jou steeds weer gelukkig weer maaktAls ik terugkijk op mijn leven en zie wanneer ik diep gelukkig was, dan stond ik vaak op een podium en gaf ik uiting aan wat er in mij zat. Het toneel was soms letterlijk, maar soms was het ook een gesprek met één iemand of ging het om stukken die ik schreef of het werd het zichtbaar door het afronden van een project op school, studie, werk of tijdens een vrijwilligersactiviteit. De overeenkomst tussen al deze schijnbaar verschillende dingen is dat ik iets materialiseerde. Je zou ook kunnen zeggen: ik bracht iets naar buiten. Als je iets naar buiten brengt dan zat het daarvoor eerst binnen. Blijkbaar is het ook onderdeel van mijn geluk om dingen te onderzoeken. Om dit stuk niet nog uitgebreider te maken kan ik kort zeggen dat ik in ongelukkige periodes in mijn leven één of beide aspecten van het “onderzoeken” of “uiten” niet kon of mocht doen. Je zou ook kunnen zeggen dat ik ongelukkig was als ik niet mijzelf mocht zijn. Ik ben en was gelukkig als ik het binnenste naar buiten breng of bracht en ik ben verdrietig als ik dat niet kan of mag.

Doe wat je zegt en zeg wat je doet en hoor of anderen hetzelfde zienBijzonder toch dat ik mijzelf ben door iets te doen en dat ik zelfs toon wie ik ben door wat ik doe. Ik kan bijvoorbeeld wel zeggen dat ik graag open en eerlijk ben, maar pas als ik het keer op keer echt doe dan is het de realiteit. Het is niet waar omdat ik het denk of omdat ik graag wil dat het zo is. Ook al denk ik echt dat ik dingen daadwerkelijk doe, dan nog kan het zijn dat mijn ego mij bedot. Mijn ego’s spindoctor kan het beeld van de werkelijkheid in mijn hoofd zo maken dat het mijn perceptie van wat ik doe kloppend maakt met het verhaal dat ik fijn vind over mijzelf. Het is dan ook goed om het beeld dat ik van mijzelf heb over wat ik doe te toetsen bij mensen die dicht bij mij staan en die het niet erg vinden om mij de waarheid te vertellen. Anderen zien immers vaak beter of zuiverder hoe en wat wij doen en kunnen ons helpen met het aanscherpen van ons zelfbeeld. Ik zou zeggen: probeer het eens.

Hoe relevant is het wat een ander van mij vindt?Dit hele blog is in zichzelf misschien een bewijs dat mijn beeld over wie ik ben klopt. Breng ik inderdaad het binnenste naar buiten of ben ik alleen maar te nieuwsgierig, te breedsprakig, te perfectionistisch en te streberig? Ik vermoed dat het antwoord aan het perspectief ligt. Voor mij is het waar, maar of dat voor jou ook zo is, weet ik niet. Misschien is het helemaal niet belangrijk of relevant wat jij ervan vindt. Wat denk jij?

Als ik doe wat ik te doen heb, val ik samen met wat is en valt mijn ego wegIn mijn vorige blogs kwam ik tot de conclusie dat ik best gelukkig ben door te “zijn-met-wat-is” maar alleen als ik dingen doe. In dit blog blijkt mijn conclusie te zijn dat ik ben wat ik doe, maar hoe hangt dat dan samen met geluk? Laat ik dan even teruggaan naar wat de yogi “svadharma” noemen. Volgens één van mijn leraren kan je dat vertalen als dat-wat-je-te-doen-hebt. Misschien is het dus niet raar dat ik gelukkig ben als ik doe wat ik te doen heb en als mag zijn wie ik ben. Voor mij komen zo “zijn” en “doen” samen en vallen alle lagen van wie ik ben ook samen. Ik ben dan één met “wat-is” en misschien is er uiteindelijk zelfs geen “ik” meer. Gek hoor, door te doen wat ik te doen heb, val ik samen met “wat-is” en doet “mijn ego” er niet meer toe en dan ben ik dus eigenlijk best gelukkig.

Ik gun jou hetzelfde geluk als wat ik best vaak voelIk hoop dat ik je in dit blog mee heb kunnen nemen met hoe ik tot het antwoord ben gekomen over wie ik ben. Dat antwoord is voor jou waarschijnlijk niet relevant, maar ik hoop toch dat jij geïnspireerd raakt om ook voor jezelf een antwoord op die vraag te vinden. Ik hoop dit omdat ik mijzelf best gelukkig voel, zelfs na afgekeurd te zijn door mijn beperkingen en doordat ik daardoor ook niet meer kan werken. Eén van de redenen dat ik een gelukkig mens ben, is dat nog ik steeds doe wat ik te doen heb, maar ook dat ik mag zijn wie ik ben en dat ik kan en mag “zijn-met-wat-is”. Ik voel mij dankbaar en een geprivilegieerd mens en dat gun ik jou ook.

Het doel van het leven is een leven met een doel. - Robert Byrne

 

 

 

Ik ben Jan Monster, de blogger van Wat zegt Jan. Je kunt hier contact met me opnemen. Wil jij geen blog missen, volg dan de Wat zegt Jan-pagina’s op Facebook, Instagram, LinkedIn, Threads, WordPress.com en X.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.