Daar sta je dan bij een hunebed stoer te doen voor de foto, alsof jij zo sterk was dat jij de stenen op elkaar hebt gelegd. Natuurlijk is dit alles met een knipoog en iedereen die mijn verhaal en beperkingen kent zal de (wrange) grap ervan inzien. En toch zit er in mij, en misschien wel in ons allemaal, een vermogen tot overschatting van onze menselijke kracht om dingen naar onze hand te kunnen zetten. Ik zou het zelfs onze arrogantie willen noemen. Ik kan best denken dat ik realiteitszin heb, maar keer op keer blijken mijn omgeving en ik mijn kracht of macht te overschatten.
Een voorbeeld. Laat ik teruggaan naar twee jaar geleden, mei 2022. We waren op vakantie in Frankrijk. ’s Ochtends maak ik om een uur of tien nog een stralende selfie. Rond het middaguur stappen we in het naburig gelegen gehucht een kleine supermarkt binnen om onze lunch te kopen, waarbij mijn vrouw naar mij kijkt en vraagt of ik niet zo’n gekke bek wil trekken. Ik begrijp haar niet en kijk haar verwonderd aan. Zij ziet de signalen van een beroerte en alarmeert het personeel. Vanaf dat moment gaat alle commotie langs mij heen en wordt er razendsnel een ambulance geregeld en worden er allerlei testjes gedaan die erop duiden dat het niet goed met mij gaat. Ik laat het allemaal maar gebeuren en geef me over aan wat er buiten mij plaatsvindt. Ik word met spoed afgevoerd naar het ziekenhuis, waar mijn uitval plots verdwenen lijkt. Pas na een aantal CT- en MRI-scans wordt duidelijk dat een carotis-dissectie van een millimeter de oorzaak is van de verschijnselen. Als mijn vrouw de signalen niet had gezien en de artsen niet waren blijven zoeken, dan had dit mij fataal kunnen worden. Gelukkig grijpen zij in, maar als gevolg daarvan schiet er een bloedpropje los dat, naar later zal blijken, mij de hersenschade ter grootte van een tennisbal oplevert waardoor ik linkszijdig volledig verlamt raak en ik een schreeuwende koppijn krijg die zelfs met morfine niet weggedrukt kon worden. Ik maak dit allemaal mee, maar aan de andere kant is de snelheid waarmee dingen gebeuren, de Franse taal en de allesoverheersende pijn zo groot dat ik niet echt weet wat mij overkomt. Ik geef mij eraan over en laat het maar over mij heen komen. Die “staat-van-zijn” (van ik geef mij eraan over) houd ik grotendeels vast in de daaropvolgende weken in de ziekenhuizen.
Als het leven een oefening is in “zijn-met wat-is”, dan leek ik daar in deze fase op veel momenten aardig bekwaam in te zijn. Het compliment wat ik toen wel terugkreeg was dat het zo goed was dat ik mij daaraan overgaf. Het was fijn om dit te horen. Ik voelde mij een hele pief, die door alle yoga- en meditatie beoefening zo goed “zen” was. Aan de ene kant zullen al die ervaren zorgprofessionals niet gejokt hebben en was het blijkbaar verrassend hoe ik met dit allesvernietigende ongeluk en letsel omging. Maar er nu op terugkijkend vermoed ik dat zowel zij als ik mijzelf overschatte, want hoezo was het goed dat ik mij overgaf?! Ik kon niets. Ik was halfzijdig verlamd. Ik kon niet anders dan de werkelijkheid nemen zoals die was. Ik kon alleen maar “zijn-met-wat-is”. Het voelt natuurlijk goed dat ik controle leek te hebben, want als ik mij overgaf, dan lag het tenminste aan mij dat het ging zoals het ging. Maar laten we eerlijk zijn, de werkelijkheid werd niet anders of ik mij nou overgaf of niet. Ik had niet de kracht of de macht om iets te veranderen aan hoe de werkelijkheid was. Nu bezien is het idee dat ik mij overgaf of dat ik zo zen was slechts een illusie die mij een goed gevoel gaf en meer niet, want uiteindelijk had ik geen keuze. Ik moest de werkelijkheid nemen zoals die was. Meer kon ik niet doen. Een voorbeeld van overschatting?
Toen de eerste crisis voorbij was, werd het tijd voor herstel en revalidatie. Het half jaar dat op mijn ziekenhuisperiode volgde ging ik er met 200% voor. Met de kracht van hoop ging ik over al mij grenzen heen en droomde ik van mijn leven dat bijna onveranderd zou kunnen doorgaan. Oké, misschien zouden er wat aanpassingen nodig zijn, maar met hulp van anderen en als ik niet alles perfect wilde doen, moest ik toch alles kunnen. Dacht ik. Het compliment wat ik toen vaak terugkreeg was dat het zo goed was dat ik met mijn positieve houding veel bereikte. Deze pluim ging meestal gepaard met de tip dat ik meer rust moest nemen omdat ik te hard ging en te weinig herstelde. De tip nam ik deels ter harte, maar daarover zo meer. Voordat ik verder ga wil ik even stilstaan bij de geniepige valse hoop die we elkaar vaak geven door te denken dat als we maar positief zijn, we van alles kunnen manifesteren. Natuurlijk geven positivisme, optimisme, hoop en dromen je kracht, maar dit alles kan mijn beschadigde hersencellen niet herstellen. De schade in mijn hoofd is permanent en niets, maar dan ook niets kan die werkelijkheid veranderen. Geen van al deze positieve krachten en gedachten kan veranderen wat er aan schade is. Terugkijkend is het een fijn gevoel dat ik de positieve kracht vond om zo veel mogelijk van de functionaliteit terug te winnen die ik aan de linkerzijde van mijn lichaam was verloren.
Toch is het maar de vraag of het de positieve houding was die hielp bij het terugkrijgen van functionaliteit of dat dit gewoon het natuurlijke herstel van mijn lichaam was. Ik had een goed gevoel over mijzelf omdat ik door mijn positieve werkhouding zo boven verwachting herstelde. Maar was dat een illusie en meer niet? Had ik echt wel invloed gehad of moest ik de werkelijkheid gewoonweg nemen zoals die was? Uiteindelijk denk ik dat mijn ambitie en positieve grondhouding mij wel geholpen hebben, al was het maar met mijn humeur en doorzettingsvermogen in die periode. Maar of die houding doorslaggevend is geweest bij mijn herstel betwijfel ik nu toch wel een beetje. Misschien is dit nog een voorbeeld van overschatting?
Dan nog even over de tip dat ik meer rust moest nemen. Ik dacht toen: ze kunnen mij wat, ik neem die rust wel over een half jaar, want dan is de periode voorbij waarin ik statistisch gezien met training het meeste kan bereiken. En ik ging toch zeker die kans niet aan mij voorbij laten gaan door tijd te verspillen met rust? Het half jaar ging voorbij en ik nam een maandje rust. Mijn gedachte was dat ik na die maand rust met mijn (bijna) normale leven gewoon weer verder zou kunnen gaan inclusief werken en yogaleraar-in-spé zijn. Helaas bleek de werkelijkheid anders. Mijn beschadigde harses maakte dat mijn leven dat ik had, toch echt voorbij was. Mijn levensverhaal was herschreven en dat ging vanaf dat moment een heel andere loop krijgen dan ik ooit had gedacht. Ik kan je vertellen dat het pijn deed en dat het heel verdrietig was om me te realiseren dat mijn leven nooit meer hetzelfde zou zijn.
Tot dat moment had ik geen geestelijke gezondheidszorg gehad en niemand leek te vinden dat ik dat echt nodig had. Maar ik voelde mij verloren toen het einde van alle klinische therapieën was bereikt. Hoe kon dit? Ik kon me toch zo goed overgeven aan de werkelijkheid? Ik was toch zo positief? Mijn humeur en doorzettingsvermogen, samen met mijn yogabeoefening zouden toch genoeg handvatten moeten bevatten om rouw en verlies probleemloos te kunnen verwerken? Ik dacht dat ik alle touwtjes in handen had die mij de macht en kracht gaven om in deze fase de werkelijkheid naar mijn hand te zetten. De illusie spatte uiteen. Ik kon met mijn kracht(en) helaas niet alles fixen.
Ik geloof dat ik best oké in de wedstrijd zat, maar na de revalidatiefase waarin ik de hele tijd bezig was geweest met meer en beter en waarin alles een voorbereiding moest zijn op weer een normaal leven, was het heel erg slikken dat die oude werkelijkheid er niet meer in zat. Al mijn mentale veerkracht ging niet helpen om de huidige realiteit terug te veranderen naar hoe het ooit was. Mensen zeiden tegen mij: “Je moet het leren accepteren”.
Ik heb moeite met het woord accepteren. Ook accepteren is weer een voorbeeld van de schijn dat ik met mijn geest iets magisch kan doen waardoor ik controle heb over mijn (negatieve) gedachten, gevoelens en emoties en dat het mijn mentale werkelijkheid wel even zal veranderen als ik de kracht van accepteren maar inzet. Maar als meditatie mij iets heeft getoond, dan is het wel dat ik niets kan doen aan het opkomen van gedachten, sensaties en gevoelens. Ze komen, ze zijn en ze gaan of ik ze nou accepteer of niet. Gelukkig kwam er een psycholoog op mijn pad die mij leerde dat ik de werkelijkheid moet nemen zoals die is. Dit heeft mij veel lucht gegeven. Gevoelens zijn zoals ze zijn en ik hoef er niets mee. Ik hoef ze niet te aanvaarden of weg te duwen. Net als tijdens een meditatie kan ik ze laten bestaan zonder dat er enige actie van mij nodig is. Ook gedachten en emoties blijken meestal zo weer weg te zijn en daarna komt er dan vanzelf weer wat anders waar ik ook weer niets mee hoef.
Ik heb voor mijn letsel heel wat blogs geschreven over loslaten. Dit sluit nauw aan bij het principe dat je alleen maar hoeft te “zijn-met-wat-is”. Maar zelfs loslaten heeft, net als overgave, positief zijn en accepteren, nog steeds het idee in zich dat ik iets kan of moet doen met “wat is”. En dat terwijl ik toch meer-en-meer ervaar dat geluk voor mij iets is van alleen maar ”zijn-met-wat- is”. Dus zelfs loslaten is wat mij betreft een overschatting dat ik iets met de werkelijkheid kan. Ook dat moet ik maar loslaten, grappig toch?
Als ik dan geen macht heb om te veranderen “wat is”, moet ik dan alles maar gelaten en passief over mij heen laten komen? Nee dat denk ik niet, maar laat ik mij ervan bewust zijn dat ik met heel veel zaken niets hoef te doen en ik alleen (mentale) kracht in hoef te zetten waar het nuttig is. Ik weet niet of ik zoveel inzicht heb om dat onderscheid te maken, maar laat ik gewoon keer-op-keer blijven oefenen om alleen maar te “zijn-met-wat-is”: de werkelijkheid. Laat ik niet denken dat ik iets hoef los te laten, te accepteren of me eraan over te geven, want de werkelijkheid is immers toch gewoon zoals die is ook zonder al dat gedoe van mij.
Ik ben Jan Monster, de blogger van Wat zegt Jan. Je kunt hier contact met me opnemen. Wil jij geen blog missen, volg dan de Wat zegt Jan-pagina’s op Facebook, Instagram, LinkedIn, Threads, WordPress.com en X.






