De dood van onze hond leert mij weer dat het schier onmogelijk is om vast te houden aan wat was. Na het overlijden van onze hond merkte ik hoe lastig het is om te zijn met dat zij er was en er dus niet meer is. Ik kan alleen maar zijn met mijn gevoelens van gemis en verdriet die voortkomen uit liefdevolle herinneringen aan haar. In dat kader schrijf ik graag dit blog zodat zij op deze manier een beetje voortleeft. Ook in jullie.
In de armen van onze jongste zoon heeft onze lieve hond bij ons thuis haar laatste adem uitgeblazen. We zijn dankbaar voor de bijna vijftien jaar dat ze onderdeel was van ons gezin. We hebben genoten van haar gezelschap en van het lopen met haar en ik ben blij met de lessen die we van haar leerden. We zijn intens verdrietig maar het was tijd. Zoals mijn vrouw zei: “dag meisje”.

Zolang als ik dit blog schrijf was ze al in ons leven. Hoewel ze niet in al mijn blogs genoemd werd, was ze wel van grote invloed op hoe ik naar de wereld ben gaan kijken en dus hoe ik daarover schrijf. Wat nu als vanzelfsprekend lijkt had ook heel anders kunnen zijn. Ik had vijftien jaar geleden niet kunnen denken dat ik zo van een hond zou kunnen houden. Ik ben heel lang bang geweest van honden doordat ik op mijn tweede door een Sint-bernard omver ben gelopen en later door een Teckel ben gebeten. Wij hadden bovendien thuis alleen een poes en ik ben daardoor niet automatisch met liefde voor honden opgegroeid. Toen leek het voor mij dan ook dat je alleen maar een kattenmens of een hondenmens kon zijn. Inmiddels weet ik beter.
Nadat ik het huis uit was gegaan ben ik heel wat lieve honden tegengekomen en hierdoor veranderde langzaam mijn houding ten opzichte van honden. Maar mijn angst bleef. Dus toen onze jongste zoon aangaf dat hij heel graag een hond wilde was ik daar niet enthousiast over. Pas toen hij op negenjarige leeftijd aan zijn moeder verklaarde dat hij hoopte snel achttien te zijn zodat hij het huis uit kon gaan om een hond te nemen, werd ik wakker geschud. Kon ik mijn diepliggende angst echt belangrijker laten zijn dan zijn zielsverlangen? Ik wist inmiddels door de nieuwe ervaringen met honden dat mijn angst onterecht was. Hierdoor kon ik rationeel beginnen om mijn weerstand tegen honden te overwinnen want die kwam tenslotte voort uit de angst van een klein kind dat waarschijnlijk slechts liefdevol omver was gelopen door een vriendelijke lobbes.
Nadat ik mijn verzet had opgegeven begon het zoeken naar een geschikte hond. Mijn zoon wilde een grote, maar dat ging mijn net overwonnen angst te ver. Ik wilde ook geen klein keffertje want ik wilde wel met trots de hond kunnen uitlaten en mij een “echte“ man kunnen voelen. Nu terugkijkend vind ik het opvallend hoeveel last ik van mijn ego heb gehad in mijn leven. In dit geval eerst angst en later trots (of moet ik ijdelheid zeggen?).

Gelukkig had onze hond geen last van een ego alhoewel zij zeker zo haar eigen wijsheid had. Toen wij de fokker bezochten om het net geboren nestje te bekijken kroop zij naar onze jongste toe en die band die daar toen was, is nooit meer verbroken. Zij was “zijn” hond, maar zoals te verwachten was waren wij als ouders degene die de echte opvoeding en verzorging deden. Als ik echte opvoeding en verzorging zeg dan bedoel ik natuurlijk het ervoor zorgen dat zij goed gesocialiseerd was en dat zij altijd voldoende eten, beweging en ontlast-gelegenheid kreeg. Daar waren wij tenslotte de volwassenen voor.
Natuurlijk zijn socialisering en verzorging cruciale zaken voor de gezondheid en veiligheid van een opgroeiend levend wezen, maar misschien gaven onze jongste en de pup elkaar wel het belangrijkste element voor een gelukkig leven namelijk genegenheid ofwel liefdevolle verbondenheid. Misschien was die hechting eigenlijk wel de enige echte opvoeding en verzorging. Gelukkig konden wij in ons gezin allemaal genieten van dit nieuwe geluk. Zo blijkt ook hier weer dat als liefde gedeeld wordt deze alleen maar groter en meer wordt.

De liefde voor elkaar heeft zich in de jaren daarna alleen maar verdiept. Toen mijn vrouw ziek was week onze hond niet van haar zijde en naar mate mijn geliefde beter werd, ging zij weer steeds verder weg zitten. Als iemand in ons gezin verdrietig was kwam zij ons met haar nabijheid troosten. We hebben samen kilometers door weer en wind met haar gewandeld in bossen, steden en op stranden zowel in de buurt als op vakanties. Op het moment dat ik op één van die vakanties plotseling door mijn dissectie niet meer “thuis” kwam ging ze op mijn yoga-mat liggen. Later toen ze mij na weken voor het eerst weer zag in het revalidatiecentrum, kwam ze enthousiast en kwispelend op mij af.
Het enthousiast kwispelend begroeten was trouwens iets wat ze bij iedereen deed die in haar beleving onderdeel was van ons bredere gezin (of moet ik roedel zeggen). Allemaal mooie herinneringen aan onze hond. Ze was een echt belangrijk onderdeel van ons gezin en alhoewel ik het steeds over zij en haar heb, is en was zij vooraleerst een hond. Het feit dat zij een hond was, gaf ons in de laatste fase van haar leven een extra grote verantwoordelijkheid. Een hond kan niet echt aangeven wat die wil of aangeven dat die pijn heeft. Je moet dat ongemak als baasje afleiden uit soms subtiele signalen.

Zo’n vijf jaar geleden had zij zo’n pijn dat ze mank liep. Zij klaagde niet, maar zo slecht lopen had ze nog nooit gedaan. Ondanks de oordelende blikken ben ik haar toen gaan dragen. Je wil zo’n lieverd tenslotte toch niet laten lijden. Gelukkig zijn er pijnstillers en die hielpen toen. De jaren verstreken. Waar wij vroeger uren met haar liepen werden in de loop der jaren de uren uurtjes en op het laatst zelfs slechts kwartiertjes. Je merkte aan alles dat het haar zwaar werd. De ommetjes begonnen soms nog enthousiast maar na vijf minuutjes werd de fysieke realiteit haar te veel en begon zij te sjokken.
Het schijnt dat een hondenjaar gelijk staat aan zeven mensen-levensjaren, waarmee ze na ruim veertien jaar dus eigenlijk al over de honderd was. Het is dan misschien niet raar dat ze ook slechter hoorde en zag. Haar balans werd zelfs zo slecht dat ze zich niet staande kon krabbelen zonder om te vallen. Het werd ronduit zielig dat ze hierdoor soms met een harde smak uit de stoel viel. Maar ook dan dacht ik weer kon ik maar zijn als een hond, want zij verblikte of verbloosde niet, stond op en ging weer door met haar leven.

Maar of zij de laatste weken nog helder van geest was is maar zeer de vraag. Ze sliep heel veel en moest vaak wakker gemaakt worden om uitgelaten te worden. Ook voor eten liep ze niet meer warm en als ze wakker was dan ijsbeerde ze doelloze rondjes door de woonkamer. De dierenarts noemde het “verdwaald in haar eigen hoofd”. Voor ons werd het duidelijk dat zij er echt (mentaal) niet meer was toen zij de laatste twee nachten haar behoefte gewoon in huis liet lopen. Het Shiba-ras zal hun huis of nest normaal nooit bevuilen en zij had zelfs als pup nooit wat binnen ons huis of tuin gedaan. Kortom, dit was een veeg teken.
Ze was zichzelf niet meer en dat was heel verdrietig, maar ons verdriet was nog groter over het feit dat we afscheid van haar moesten nemen. Gelukkig waren onze zonen thuis toen het echt zo ver was en vonden we troost bij elkaar. De weken ervoor hadden we al veel gehuild maar op het moment zelf en nu ook de tijd erna vloeien de tranen rijkelijk.
Ik vind het moeilijk om specifieke herinneringen aan haar te beschrijven omdat ze er gewoonweg altijd was. Ze was een integraal onderdeel van ons gezinsleven wat we nu terugzien aan de bijna vijfhonderd foto’s van haar die inmiddels op een digitale fotolijst staan. We merken bij alles wat we doen dat we om ons heen kijken waar ze is en hoe ze reageert. Maar dat doet ze niet meer en dat is keer op keer een kleine pijnscheut van gemis.

Een inzicht over in-het-nu-leven en over dit gevoel van gemis leerde ik al eerder van haar toen ik moest leren omgaan met de gevolgen van mijn hersenletsel. Herinneringen aan hoe dingen waren kunnen mooi, leuk, inspirerend of troostend zijn, maar zodra ik probeer vast te houden aan hoe het toen was, wordt diezelfde gedachte pijnlijk, frustrerend of verdrietig.
Zoals ik eerder in een blog schreef zei de zen boeddhist Thich Nhat Hanh over de dood van een hondje dat een wolk nooit sterft. De wolk leeft steeds weer voort in andere vormen. Dit blog is al zeven jaar oud, maar nu vandaag doorvoel ik voor het eerst dat dat echt zo is. Onze hond leeft in ons voort. Ze leeft alleen al voort in al onze eigen herinneringen, maar ze leeft misschien nog wel meer voort in hoe wij onvoorwaardelijke liefde van haar hebben mogen ervaren en hoe ze mij leerde dat wat er ook gebeurt, ik in het nu best gelukkig kan zijn.

De dag na haar overlijden zat ik te mediteren op een ghee kaarsje. Het is voor mij een simpele en mooie vorm voor een concentratie meditatie. Een kaars is ook mooi om letterlijk te zien hoe vergankelijk het leven is en ook om overdrachtelijk te zien dat de aanwezigheid van een ander je kan verlichten en verwarmen en hoe dat zelfs nadat het kaarsje uit is nog nagloeit in mijn wezen.

Ik schrijf tegenwoordig vaak over dat het leven een oefening is in “zijn-met-wat-is” en wat ik nu merk is dat dat makkelijker is dan zijn-met-wat-was. Onze hond was er. Het is lastig om te zijn met wat was. Dat is verdrietig en onmogelijk. Ik kan wel steeds zijn met het gevoel van verdriet en gemis. Ook dat gaat snel weer voorbij en dan kan ik gewoon weer zijn met de vrolijk makende gedachte aan haar enthousiast kwispelende staart of met herinnering aan de wijze les van onze hond dat ik gewoon keer op keer best gelukkig kan zijn als ik maar in liefdevolle vriendelijkheid aanwezig ben met wat er op dat moment is.
Toen ik gisteravond onrustig was ben ik in mijn eentje een “uitlaatrondje” gaan lopen. Dat is verdrietig omdat ik haar mis, maar het is ook troostend omdat ik juist door met haar te lopen de les van in-het-nu-leven keer op keer mocht oefenen. Elke graspol kon voor haar reden zijn tot stoppen en snuffelen. Ze kon soms zomaar stil gaan staan om te genieten van het zonnetje. Alleen maar zijn met wat er op dat moment is. Lieve hond, dank je wel voor alles.
Uit “Ik heet Karmozijn”
Ik ben Jan Monster, de blogger van Wat zegt Jan. Je kunt hier contact met me opnemen. Wil jij dagelijks citaten uit mijn blogs zien of geen blog missen, volg dan de Wat zegt Jan-pagina’s op Bluesky, Facebook, Instagram, LinkedIn, Threads, WordPress.com en X.





